reclame
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·cla·me
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reclame | reclames |
| verkleinwoord | reclametje | reclametjes |
Zelfstandig naamwoord
- (economie) het verstrekking van informatie over diensten en producten, en vooral ook de aanprijzing ervan, met het doel er meer van te leveren
- Wij storen ons altijd flink aan de onderbrekingen van televisieprogramma's voor de reclame.
- Niemand kent uw zaak, u mag wel wat meer reclame maken.
- (sociologie) het onder de aandacht brengen en oproepen tot het deelnemen of bijdragen aan ideële (hulp-) acties, deelname aan sociale projecten, stemmen op politieke partijen enz.
- Mede door de sympatieke reclame hebben velen hun steun aan het project toegezegd.
- (economie), (verouderd) een klacht bij de leverancier over een geleverde dienst of gekocht product
- Met reclame komt men nu niet meer bij de klantenservice, wel om te ruilen of te klagen over aankopen.
Synoniemen
- [1] aanprijzing, advertentie, bekendmaking
- [2] werving
- [3] beklag, klacht, terugvordering
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1] aanbeveling, publiciteit
- [2] aanbeveling, propaganda, publiciteit
- [3] ruilen, verhaal
Uitdrukkingen en gezegden
- reclame maken voor
iets aanprijzen
- mond op mond reclame
het in de (potentiële) klantenkring rondgaan van aanbevelingen
Vertalingen
1,2 informatie over, en aanprijzing van diensten, producten en ideeën