recidivist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- re·ci·di·vist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | recidivist | recidivisten |
| verkleinwoord | recidivistje | recidivistjes |
Zelfstandig naamwoord
recidivist m
- iemand die zich bij herhaling schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten
- Een recidivist werd veroordeeld.