recept

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cept
enkelvoud meervoud
naamwoord recept recepten
verkleinwoord (receptje) (receptjes)

Zelfstandig naamwoord

recept o

  1. (medisch) een doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
    Hij kreeg een recept van zijn dokter.
  2. (voeding) een voorschrift voor de bereiding van een gerecht
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen