rebelleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·bel·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rebelleren
rebelleerde
gerebelleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

rebelleren [1]

  1. (inergatief) (politiek) ~ tegen tegen het heersende gezag in opstand komen
    In de provincie Donetsk rebelleerden opstandelingen tegen de Oekraïense regering.
  2. (inergatief) overdrachtelijk ~ tegen zich persoonlijk afzetten tegen het ouderlijk -of ander- gezag
    Er wordt vaak door de jeugd op allerlei wijze gerebelleerd.



Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
rebelleren rebelleerde rebelleerden gherebelleert
  volledig  

Werkwoord

rebelleren [2]

  1. rebelleren
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Middelnederlandsch Woordenboek