reactor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·ac·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reactor | reactoren |
| verkleinwoord | reactortje | reactortjes |
Zelfstandig naamwoord
reactor m
- (natuurkunde), (scheikunde) installatie bedoeld om er een chemische of nucleaire reactie in te doen plaatsvinden
- De derde reactor in Fukusjima had koelwaterproblemen.