raster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ras·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Duitse raster en het middeleeuws Latijn rastrum
enkelvoud meervoud
naamwoord raster rasters
verkleinwoord rastertje rastertjes

Zelfstandig naamwoord

raster o

  1. een netwerk van kruisende lijnen
    Tijdens de wiskundeles teken ik op een raster.
Afgeleide begrippen