rand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rand
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rand | randen |
| verkleinwoord | randje | randjes |
Zelfstandig naamwoord
[A] rand m
- de buitenkant van een gebied of een ding
- * Een stuk blik met scherpe randen.
- * Alleen door het zwakke schijnsel van de afgeschermde lantaarns en de witte randen van de trottoirs kon je zien waar je liep.[1]
- het extern gedeelte van de stad, beschouwd als zijnde onder invloed van het centrum
- de bovenkant van een bak of vat
- * Tot de rand gevuld met soep.
- * Hij staarde in een oude broodtrommel van email die tot de rand gevuld was met sleutels: lopers, steeksleutels, fietssleuteltjes en talloze andere.[2]
- (figuurlijk) randgebieden of grensgebieden betreffend
- (materiaalkunde) afvalmateriaal, overgebleven aan de zijkant van de strook, om een of meer uitgesneden produkten heen
- gebruikt als randversiering of omlijsting bij behanselpapier
Synoniemen
- [1] kant, buitenkant, zijkant
- [3] bovenkant
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: van de hoed en de rand weten
er alles vanaf weten
- [3]: aan de rand van het graf staan
de dood nabij zijn
- [3]: op de rand van de afgrond
bijna ten onder gaan
- [4]: Dat is op het randje.
Het ligt op de grens van wat nog kan.
- [4]: op den rand des verderfs
den ondergang nabij
Vertalingen
1. de bovenkant van een bak of vat
2. het extern gedeelte van de stad, beschouwd als zijnde onder invloed van het centrum
3. de buitenkant van een gebied of een ding
Verwijzingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rand | rands |
| verkleinwoord | randje | randjes |
Zelfstandig naamwoord
[B] rand m
- (economie) een munteenheid in Zuid-Afrika
Afkorting
Vertalingen
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- rand
Woordherkomst en -opbouw
- [A] Afkomstig van het Oudnoorse woord rǫnd.
Zelfstandig naamwoord
- kant, rand (buitenkant)
- rand (bovenkant)
- «Legg en iskule i hvert glass, fyll glasset nesten til randen med kaffe og topp glasset med krem.»
- Doe een bolletje ijs in elk glas, vul het glas bijna tot de rand met koffie en vul de bovenkant van het glas met slagroom.
- «Legg en iskule i hvert glass, fyll glasset nesten til randen med kaffe og topp glasset med krem.»
- (figuurlijk) grensbereik, grensgebied
- (kleding) streep
- «En bukse med røde render.»
- Een broek met rode strepen.
- «En bukse med røde render.»
- groef, voor
- «Ski med render i.»
- Ski's met voren erin.
- «Ski med render i.»
Verbuiging
| m/v [A] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | rand | m: randen v: randa |
render | rendene |
| genitief | rands | m: randens v: randas |
renders | rendenes |
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1]: grense
- [4]: stripe, strime
- [5]: fordypning
Uitdrukkingen en gezegden
- [3]: være på randen av noe
dichtbij, direct naast
- [3]: på gravens rand
aan de rand van het graf (de dood nabij zijn)
- [3]: på fallittens rand
na een faillissement
Zelfstandig naamwoord
[B] rand m
Verbuiging
| m [B] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | rand | randen | rand | randene |
| genitief | rands | randens | rands | randenes |
Afkorting
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- rand
Woordherkomst en -opbouw
- [A] Afkomstig van het Oudnoorse woord rǫnd.
| [A] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | rand | randa bijvorm: randi |
render | rendene |
Zelfstandig naamwoord
[A] rand v
- kant, rand (buitenkant)
- rand (bovenkant)
- «Fylle glaset til randa.»
- Het glas tot de rand vullen.
- «Fylle glaset til randa.»
- (figuurlijk) grensbereik, grensgebied
- (kleding) streep
- «Ei bukse med raude render.»
- Een broek met rode strepen.
- «Ei bukse med raude render.»
- groef, voor
- «Hoppski med tre render i.»
- Springski's met drie voren erin.
- «Hoppski med tre render i.»
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1]: grense
- [1]: grenselinje
- [4]: stripe
- [4]: strime
- [5]: fordjuping
Uitdrukkingen en gezegden
- [3]: vere på randa av noko
dichtbij, direct naast
| [B] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | rand | randen | randar | randane |
Zelfstandig naamwoord
[B] rand m
| [C] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | rand | randa bijvorm: randi |
rander | randene |
Zelfstandig naamwoord
[C] rand v
- een vak of schap onder het dak boven de open haard in een rookhok of in een hut (bakhuisje, brouwhuisje of washuisje) in oude stijl op een boerderij.
Afkorting
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Materiaalkunde in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Dubbele betekenis in het Nederlands
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Figuurlijk in het Noors
- Kleding in het Noors
- Economie in het Noors
- Dubbele betekenis in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Figuurlijk in het Nynorsk
- Kleding in het Nynorsk
- Economie in het Nynorsk
- Dubbele betekenis in het Nynorsk