rake

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ra·ke

Bijvoeglijk naamwoord

rake

  1. verbogen vorm van de stellende trap van raak

Werkwoord

vervoeging van
raken

rake

  1. aanvoegende wijs van raken


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /raːkɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rake
raakdje
gerake
klasse 7 volledig

Werkwoord

rake

  1. hijgen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen