radicaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ra·di·caal
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | radicaal | radicalen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
radicaal m
- iemand die de uiterste consequenties van een zienswijze aanvaardt
- aanhanger van een politieke partij of beweging die zeer ingrijpende hervormingen beoogt
- (scheikunde) een molecuul of atoom dat al dan niet geladen kan zijn, maar dat een ongepaard elektron heeft
radicaal o
- bewijs van een aanspraak op een bepaald voorrecht, op het uitoefenen van een bepaalde functie enz
Vertalingen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | radicaal | radicaler | radicaalst |
| verbogen | radicale | radicalere | radicaalste |
Bijvoeglijk naamwoord
radicaal
- diep ingrijpend
- strevend naar diep ingrijpende hervormingen
- (taalkunde) uit wortels bestaande
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Bijwoord
Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als bijwoord)
radicaal
- diep ingrijpend, met wortel en tak
- Als we iets radicaal uitroeien, dan doen we dat met wortel en tak
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.