radiator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een raadiator

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord radiator radiatoren
radiators
verkleinwoord radiatortje radiatortjes

Zelfstandig naamwoord

radiator m

  1. (techniek) een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord radiare
Naar frequentie 26336
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   radiator     radiatoren     radiatorer     radiatorene  
genitief   radiators     radiatorens     radiatorers     radiatorenes  

Zelfstandig naamwoord

radiator, m

  1. (techniek) radiator (verwarmingselement)
  2. (techniek) koeling (van een auto)
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord radiare
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   radiator     radiatoren     radiatorar     radiatorane  

Zelfstandig naamwoord

radiator, m

  1. (techniek) radiator (verwarmingselement)
  2. (techniek) koeling (van een auto)
Synoniemen