radiator
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | radiator | radiatoren radiators |
| verkleinwoord | radiatortje | radiatortjes |
Woordafbreking
- ra·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
radiator m
- een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
Synoniemen
Hyponiemen
- autoradiator, designradiator, doucheradiator, gasradiator, kolomradiator, ledenradiator, paneelradiator, plaatradiator, ribradiator, stoomradiator, verwarmingsradiator
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.