rad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rad | raderen |
| verkleinwoord | raadje, radje, radertje | radertjes |
Zelfstandig naamwoord
rad o
- een wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water.
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | rad | radder | radst |
| verbogen | radde | raddere | radste |
rad
- vlot, snel.
- Mede dankzij zijn radde acties heeft hij haar leven kunnen redden.
Afkorting
rad
- (wiskunde), (symbool), (afkorting) de afkorting voor radiaal, een SI-eenheid voor hoek.
- (natuurkunde), (symbool), (afkorting) de afkorting voor radiation, een eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling.
Pools
Zelfstandig naamwoord
rad m
- (scheikunde), (element) radium.
Synoniemen
Afkorting
rad
Categorieën: Woorden in het Nederlands | Zelfstandig naamwoord in het Nederlands | Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands | Wiskunde in het Nederlands | Symbool in het Nederlands | Afkorting in het Nederlands | Natuurkunde in het Nederlands | Woorden in het Pools | Scheikunde in het Pools | Chemisch element in het Pools | Wiskunde in het Pools | Symbool in het Pools | Afkorting in het Pools | Meervoud in -eren