rabbijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rab·bijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rabbijn rabbijnen
verkleinwoord rabbijntje rabbijntjes

Zelfstandig naamwoord

rabbijn m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) joods leraar met de hoogste bevoegdheid, ook bevoegd om te antwoorden en beslissen bij halachische kwesties, vaak verbonden aan een joodse gemeente en daarbij belast met onderwijs en zielzorg, tevens een religieuze, joodse geleerde die een expert is op het gebied van joodse wetgeving
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwijzingen
Vertalingen


Meer informatie