purperen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pur·pe·ren
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | purperen |
Bijvoeglijk naamwoord
purperen
- de kleur purper hebbend
- De Romeinse keizers droegen purperen kleding als een teken van hun koningschap.