purperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pur·pe·ren
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen purperen

Bijvoeglijk naamwoord

purperen

  1. de kleur purper hebbend
    De Romeinse keizers droegen purperen kleding als een teken van hun koningschap.
Vertalingen