puin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /pœʏ̯n/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /pœːn/
Woordafbreking
- puin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | puin | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
puin o
- een massa vergruizelde steen
- Gisteren moesten die herrieschoppers het puin voor straf opruimen.
- fijne brokjes diament met lage waarde