publiceren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pu·bli·ce·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| publiceren |
publiceerde |
gepubliceerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
publiceren
- (overgankelijk) bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium
- Hij heeft het artikel laten publiceren in een krant.