proloog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord proloog prologen
verkleinwoord proloogje proloogjes

Zelfstandig naamwoord

proloog m

  1. (taalkunde) inleidende rede van een tekst, voorwoord.
  2. (sport) bij grote meerdaagse wielerwedstrijden een korte tijdrit die als openingsrit wordt verreden
Antoniemen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen