programmeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pro·gram·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse programmer met het achtervoegsel -eren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| programmeren |
programmeerde |
geprogrammeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
programmeren (overgankelijk)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het schrijven van computerporgramma