priester
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pries·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Van Latijn presbyter (oude man, ouderling, priester). Op zijn beurt van Grieks presbuteros (ouder), overtreffende trap van presbus (oud).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | priester | priesters |
| verkleinwoord | priestertje | priestertjes |
Zelfstandig naamwoord
priester m
- (religie) iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
- De priesters van Amon waren bijzonder machtig in het Egypte van de 21ste dynastie.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.