presenteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pre·sen·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het Franse présenter (met het achtervoegsel -eren) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| presenteren |
presenteerde |
gepresenteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
presenteren
- (ditransitief) op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
- Zij presenteerde haar werk op een internationale conferentie.
- (media) als presentator optreden bij, van
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.