presenteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pre·sen·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| presenteren |
presenteerde |
gepresenteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
presenteren
- (ditransitief) op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
- Zij presenteerde haar werk op een internationale conferentie.