presenteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·sen·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
presenteren
presenteerde
gepresenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

presenteren

  1. (ditransitief) op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
    Zij presenteerde haar werk op een internationale conferentie.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen