premier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·mier
enkelvoud meervoud
naamwoord premier premiers
verkleinwoord premiertje premiertjes

Zelfstandig naamwoord

premier m

  1. de minister die het kabinet aanvoert
    De premier had moeite met het verdedigen van de begroting.
Synoniemen
Vertalingen


Frans

Rangtelwoord (fra)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Rangtelwoord

premier

  1. eerste (vrouwelijk: première)
    «Je suis son premier frère.»
    Ik ben zijn/haar eerste broer.
    «Voici la première maison.»
    Hier is het eerste huis.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen