preken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
preken
preekte
gepreekt
zwak -t volledig

Werkwoord

preken

  1. een preek houden
    In een aantal moskeeën wordt in het Nederlands gepreekt.
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

preken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord preek