poule

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pou·le
enkelvoud meervoud
naamwoord poule poules
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

poule v/m

  1. (sport) een groep van sporters of teams die het tegen elkaar opnemen in een competitie of toernooi
    De loting voor de poules was in december.
    Ik verloor de WK-pool bij ons op het werk omdat Nederland de moeilijke poule niet overleefde.
Vertalingen

Meer informatie


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  poule     la poule     poules     les poules  

Zelfstandig naamwoord

poule v

  1. kip
    Cette poule pond tous les jours.Die kip legt elke dag eieren.
  2. hen
    La poule et le coq ne veulent pas s'accoupler.De hen en de haan willen niet paren.
  3. wijfje van enkele andere vogels
    une poule d'Indeeen kalkoense hen
    une poule d'eaueen waterhoentje
    une poule faisaneeen wijfjesfazant
  4. (informeel) griet, mokkel
    Il séduit cette poule facilement.Hij verleidt die griet gemakkelijk.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • aller se coucher avec les poules
    • met de kippen op stok gaan (vroeg gaan slapen)
  • avoir la chair de poule
    • kippenvel hebben
  • poule mouillé
    • bangerik, schijterd
  • quand les poules auront des dents
    • wanneer Pasen en Pinksteren op één dag vallen (nooit)
  • tuer la poule aux œufs d'or
    • de kip met de gouden eieren slachten (voor kortetermijnwinst gaan)
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen