poos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poos
enkelvoud meervoud
naamwoord poos pozen
verkleinwoord poosje poosjes

Zelfstandig naamwoord

poos v/m

  1. tijdsinterval.
    Hij moest een poos wachten voordat de bus aankwam.
Vertalingen