pooier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pooi·er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pooier | pooiers |
| verkleinwoord | pooiertje | pooiertjes |
Zelfstandig naamwoord
pooier m
- een man die leeft van de opbrengst van de prostitutie van een vrouw.
- Een pooier die meerdere vrouwen voor hem had werken, zoals in Amerikaanse films, kwam in Nederland echter nauwelijks voor.[1]
- een patser.
- Wat een pooier zeg, die man die de hele tijd loopt op te scheppen over z'n Ferrari.