polyglot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- po·ly·glot
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse polyglotte of daarvoor van het Griekse 'glōtta' (tong, tongval, taal) met het voorvoegsel poly- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | polyglot | polyglotten |
| verkleinwoord | polyglotje | polyglotjes |
Zelfstandig naamwoord
polyglot m
- iemand die veel talen goed kent
- Hij is een echte polyglot.
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.