polyglot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- po·ly·glot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | polyglot | polyglotten |
| verkleinwoord | polyglotje | polyglotjes |
Zelfstandig naamwoord
polyglot m
- iemand die veel talen goed kent
- Hij is een echte polyglot.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.