politicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·ti·cus
enkelvoud meervoud
naamwoord politicus politici
verkleinwoord (politicusje) (politicusjes)

Zelfstandig naamwoord

politicus m

  1. (beroep) iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt
    Deze politicus hoeft zich geen al te grote zorgen te maken over de volgende verkiezingen.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen