pogen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈpoχə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈpoɣə(n)/
Woordafbreking
- po·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| pogen |
poogde |
gepoogd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
pogen
- (inergatief) (formeel) iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
- Hij poogt naar Amerika te roeien, maar door het slechte weer op de Atlantische Oceaan lijkt zijn poging weinig veelbelovend.