pogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pogen
poogde
gepoogd
zwak -d volledig

Werkwoord

pogen

  1. (inergatief) (formeel) iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
    Hij poogt naar Amerika te roeien, maar door het slechte weer op de Atlantische Oceaan lijkt zijn poging weinig veelbelovend.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen