poeder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poeder poeders
verkleinwoord poedertje poedertjes

Zelfstandig naamwoord

poeder o

  1. een fijn verdeelde vaste stof
    De meeste poeders zijn kristallijn van aard, maar ook een glas kan gepoederd worden.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
poederen

poeder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poederen
    Ik poeder.
  2. gebiedende wijs van poederen
    Poeder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poederen
    Poeder je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl