pluk

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord pluk plukken
verkleinwoord

Lettergrepen
pluk

Zelfstandig naamwoord

pluk m

  1. uitgetrokken bundeltje.
  2. het plukken.
    Vaak helpen buitenlanders mee met de pluk van fruit.

Werkwoord

pluk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van plukken
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen
Andere talen