pluk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pluk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pluk | plukken |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
pluk m
- uitgetrokken bundeltje
- Tijdens de vechtpartij verloren beide meisjes een pluk haar.
- het plukken
- Vaak helpen buitenlanders mee met de pluk van fruit.
Anagrammen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| plukken |
pluk