pluim

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Een pluim.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pluim
enkelvoud meervoud
naamwoord pluim pluimen
verkleinwoord pluimpje pluimpjes

Zelfstandig naamwoord

pluim v/m

  1. een veer.
    Hij heeft een pluim op zijn hoed.
  2. een compliment.
    Ik gaf hem een pluim voor al zijn werk.
  3. (biologie) een bepaalde bloeiwijze.
    Deze plant heeft pluimen in het voorjaar.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen