pluim
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pluim
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pluim | pluimen |
| verkleinwoord | pluimpje | pluimpjes |
Zelfstandig naamwoord
- een veer.
- Hij heeft een pluim op zijn hoed.
- een compliment.
- Ik gaf hem een pluim voor al zijn werk.
- (biologie) een bepaalde bloeiwijze.
- Deze plant heeft pluimen in het voorjaar.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.