ploegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ploe·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ploegen |
ploegde |
geploegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ploegen
- zwoegen, met grote moeite vooruitkomen
- land met de ploeg bewerken
Vertalingen
2. land met de ploeg bewerken
Zelfstandig naamwoord
ploegen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ploeg
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.