ploeg

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ploeg

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord ploeg ploegen
verkleinwoord ploegje ploegjes

ploeg v/m

  1. landbouwwerktuig om de grond om te woelen.
  2. groep personen (bijv. arbeiders, sporters) met een gemeenschappelijk doel.
  3. ploegendienst
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen