pleitten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- pleit·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| pleiten |
pleitten
- meervoud verleden tijd van pleiten
- Wij pleitten.
- Jullie pleitten.
- Zij pleitten.
- Wij pleitten.
| vervoeging van |
|---|
| pleiten |
pleitten