plechtigheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plech·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plechtigheid | plechtigheden |
| verkleinwoord | plechtigheidje | plechtigheidjes |
Zelfstandig naamwoord
plechtigheid v
- een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
- De plechtigheid werd ruw verstoord door een stel dronken motorrijders.