platitude
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pla·ti·tu·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | platitude | platitudes |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
platitude v
- platte of afgezaagde zinsnede
- Ik begon het gesprek met de platitude 'heb je een vuurtje voor me?'.
- De politicus bediende zich van de platitude dat we wel rekening moeten houden met toekomstige generaties.