plastisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plas·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plastisch plastischer meest plastisch
verbogen plastische plastischere meest plastische

Bijvoeglijk naamwoord

plastisch

  1. aanschouwelijk, beeldend
    je hebt je wel erg plastisch uitgedrukt
  2. gericht op het geven van een vorm
  3. kneedbaar
  4. de groei of de vorming van een levend organisme veroorzakend of bevorderend
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie