plastisch
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plas·tisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | plastisch | plastischer | meest plastisch |
| verbogen | plastische | plastischere | meest plastische |
Bijvoeglijk naamwoord
plastisch
- aanschouwelijk, beeldend
- je hebt je wel erg plastisch uitgedrukt
- gericht op het geven van een vorm
- kneedbaar
- de groei of de vorming van een levend organisme veroorzakend of bevorderend
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.