plankton

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plank·ton
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plankton -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

plankton o

  1. (biologie) het geheel van kleine organismen dat in zee ronddrijft
    Het plankton bestaat uit een grote variëteit aan organismen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Turks

Woordafbreking
  • plank·ton
enkelvoud meervoud
nominatief   plankton     planktonlar  
genitief   planktonun     planktonların  
datief   planktona     planktonlara  
accusatief   planktonu     planktonları  
locatief   planktonda     planktonlarda  
ablatief   planktondan     planktonlardan  

Zelfstandig naamwoord

plankton

  1. (biologie) plankton