placenta

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·cen·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord plakoeis (accusatiefvorm plakoenta).
enkelvoud meervoud
naamwoord placenta placenta's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

placenta v/m

  1. (anatomie) moederkoek, orgaan dat verbinding vormt tussen moeder en de zich ontwikkelende vrucht in de buik van de moeder
Vertalingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·cen·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord plakoeis (accusatiefvorm plakoenta).

Zelfstandig naamwoord

placenta m

  1. (anatomie) moederkoek, placenta.
Synoniemen
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·cen·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord plakoeis (accusatiefvorm plakoenta).

Zelfstandig naamwoord

placenta m

  1. (anatomie) moederkoek, placenta.
Verbuiging
Synoniemen
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen