pistool
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pis·tool
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pistool | pistolen |
| verkleinwoord | pistooltje | pistooltjes |
Zelfstandig naamwoord
pistool o
- een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
- Het pistool werd later in een tuin teruggevonden.