pion

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • pi·on
m enkelvoud meervoud
naamwoord pion pionnen
pions
verkleinwoord pionnetje pionnetjes
o enkelvoud meervoud
naamwoord pion pionen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pión m

  1. (schaak) een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan.
    Hij schoof zijn pion naar voren om de koning schaak te zetten.
  2. (Zuid-Nederlands) pylon

píon o

  1. (natuurkunde) een subatomair deeltje dat bestaat uit twee quarks en dus een boson is.
    Pionen komt in drie varianten voor: +, - en ongeladen.
Vertalingen

Meer informatie