pinnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈpɪnə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈpɪnə(n)/
Woordafbreking
- pin·nen
Woordherkomst en -opbouw
- [1,2] Afleiding van het letterwoord pin (viercijferige code), dat van persoonlijk identificatienummer komt.
- [3] Afgeleid van pin, gepunt voorwerp
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| pinnen |
pinde |
gepind |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
pinnen
- (inergatief) (financieel), (economie) het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
- (inergatief) (financieel), (economie) het elektronisch betalen met een pinpas
- (overgankelijk) met een pin bevestigen
- Hij pinde het speldje op zijn revers.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
2. het elektronisch betalen met een pinpas
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
pinnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pin
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands