pindakaas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pin·da·kaas
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pindakaas | - |
| verkleinwoord | - | - |
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
pindakaas m
- (voeding) een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout
- Hij had gisteren pindakaas op zijn brood.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Helaas, pindakaas.
- Berustend commentaar op een tegenvaller.
Vertalingen
1. een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.