pijnstiller
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pijn·stil·ler
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pijnstiller | pijnstillers |
| verkleinwoord | (pijnstillertje) | (pijnstillertjes) |
Zelfstandig naamwoord
pijnstiller m
- (medisch) een middel dat de verschijnselen van een ziekte onderdrukt zonder de ziekte te genezen
- Hij leefde bij gratie van de pijnstiller.
Synoniemen
- [1] analgeticum
Vertalingen
1. middel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.