pijler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: peiler

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pij·ler
enkelvoud meervoud
naamwoord pijler pijlers
verkleinwoord pijlertje pijlertjes

Zelfstandig naamwoord

pijler m

  1. zuil, pilaar
    Dat zijn de pijlers waarop de brug komt te rusten.
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen