pier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pier | pieren |
| verkleinwoord | piertje | piertjes |
Zelfstandig naamwoord
pier m
- (dierkunde) een regenworm
- (waterstaat) een in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
- overdekte loopbrug van terminal naar de vliegtuigen op een luchthaven
Afgeleide begrippen
- [2] wandelpier
Verwante begrippen
- [2] aanlegsteiger, golfbreker, hoofd, landhoofd, steiger, wandelhoofd, zeehoofd
Anagrammen
Vertalingen
1. een regenworm
2. een in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
3. overdekte loopbrug op luchthaven
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| pier | piers |
Zelfstandig naamwoord
pier