pianist

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·a·nist

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord pianist pianisten
verkleinwoord

pianist: de ~, m

  1. musicus die een piano bespeelt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen