persoonlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·soon·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen persoonlijk persoonlijker persoonlijkst
verbogen persoonlijke persoonlijkere persoonlijkste

Bijvoeglijk naamwoord

persoonlijk

  1. betrekking hebbend of uitgevoerd door de persoon zelf
    Zo'n kaartje is heel wat persoonlijker dan een e-mail die gericht is aan iedereen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen