persoonlijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- per·soon·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | persoonlijk | persoonlijker | persoonlijkst |
| verbogen | persoonlijke | persoonlijkere | persoonlijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
persoonlijk
- betrekking hebbend of uitgevoerd door de persoon zelf
- Zo'n kaartje is heel wat persoonlijker dan een e-mail die gericht is aan iedereen.