personeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·neel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord personeel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

personeel o [2]

  1. de personen die een bedrijf in loondienst heeft
    "Ik wens u een groot personeel" is een oude joodse vloek.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het onderwijzend personeel
Vertalingen
stellend
onverbogen personeel
verbogen personele

Bijvoeglijk naamwoord

personeel [3]

  1. betrekking hebbend op het personeel
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal