peper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pe·per
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | peper | pepers |
| verkleinwoord | pepertje | pepertjes |
Zelfstandig naamwoord
peper m
- (specerij) Piper nigrum
zwarte, witte ~: een specerij van gemalen korrels (gedroogde bessen) met een scherpe, hete smaak - (specerij) rode, Spaanse ~: een vrucht van een plant uit het geslacht Capsicum
met een hete smaak
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- groene-pepersaus, peperboompje, peperbus, peperkers, peperkoek, peperkorrel, peperkruid, pepermolen, pepermunt, pepermuntblad, pepermuntlikeur, pepermuntthee, pepernoot, peperplant, pepersaus, peperstruik, pepervaatje, peperwortel, rode-pepersaus
Uitdrukkingen en gezegden
- Peperduur
Erg duur, lett: zo duur als peper. In de middeleeuwen was peper ontzettend duur.
Vertalingen
1. een specerij van gemalen peperkorrels met een scherpe, hete smaak
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.