penetreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ne·tre·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
penetreren
penetreerde
gepenetreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

penetreren

  1. (ergatief) diep in iets doordringen, binnendringen
    In tegenstelling to alfastraling penetreert gammastraling door het gehele lichaam.